Selectie van aandelen met behulp van de NAIC*-methode (4)


In dit artikel gaat de werkgroep (= Computerondersteunde Selectie van Aandelen)  in op het omgaan met uitschieters in de kerncijfers wanneer gebruik wordt gemaakt van de NAIC-methode; een onderwerp dat in het huidige beursklimaat actueel is.


De NAIC methode werkt optimaal voor bedrijven die door de jaren heen een gestage groei laten zien. Nu in de huidige dalende conjunctuur een aantal voorheen stabiele groeibedrijven een zekere conjunctuurgevoeligheid hebben laten zien, kan de vraag gesteld worden: ‘Blijft de NAIC-methode voor dit soort bedrijven onder deze omstandigheden bruikbaar?’.


In de nummers maart en juni 2002 van Beter Beleggen is uitgelegd wat de NAIC-methode inhoudt. Het artikel in het nummer van juni 2002 is in het kader van het onderwerp in dit artikel met name van belang, omdat daarin de afwegingen die u zelf als belegger moet maken, worden benadrukt.

Degenen die niet over de hiervoor genoemde nummers van Beter beleggen beschikken, maar ook om uitvoerige beschrijvingen van de NAIC-methode te lezen, kunnen die informatie vinden via de CoSA-web-pagina  http://www.ncvb.nl/CoSA .


Een korte samenvatting van de NAIC-methode

Er wordt o.b.v. kerncijfers van bedrijven in maximaal 10 voorgaande jaren een prognose gemaakt van de koersontwikkeling van een aandeel in de daaropvolgende vijf jaren. De winst per aandeel, WpA, in de afgelopen jaren wordt geëxtrapoleerd naar de komende jaren. De procentuele toe- of afname wordt gebruikt om toekomstige koersen te berekenen. In de figuren 1 t/m 3b is dat  grafisch weergegeven. De helling van de WpA-trendlijn bepaalt de helling van de rode en groene koerstrendlijnen vanaf de aangrijpingsniveaus in 2001. Dit  betekent dat de koers/winst-verhouding in die periode constant wordt verondersteld.


Een voorbeeld van een geïsoleerde uitschieter in het verleden die genegeerd mag worden.


Het bepalen van de helling van de WpA-trendlijn is dan ook van cruciaal belang. Dit laatste brengt meteen de vraag met zich mee hoe we moeten omgaan met uitschieters in de historische WpA-cijfers.


Invloed van uitschieters op het gebruik van de NAIC-methode

Wat wel of niet een uitschieter is hangt af van de gemiddelde afwijking van de WpA-waarden ten opzichte van de WpA-trendlijn. In figuur 1 is zo’n uitschieter te  zien.  Om te bepalen hoe je met zo’n uitschieter moet omgaan, en hoewel je er prachtige wiskundige hulpmiddelen voor hebt, is primair bepalend in hoeverre een grote afwijking een aanwijsbare oorzaak heeft en of deze al of niet structurele gevolgen in de toekomst zal hebben.

Aan de hand van drie voorbeelden laten we zien wanneer het wel en niet verantwoord is om uitschieters de trendlijn van de WpA te laten meebepalen.


In figuur 1 heeft de uitschieter een verwaarloosbare invloed op de helling van de WpA-trendlijn, omdat de invloeden van de WpA-waarden links en rechts van die uitschieter elkaar nagenoeg  geheel compenseren met betrekking tot de helling van de WpA-trendlijn.


In figuur 2a lopen de WpA-waarden op van € 1,07 in 1992 tot € 14,50 in 2001 met een geisoleerde uitschieter van € 0,01 in 1993. Het gevolg is een ongerechtvaardigde invloed op de WpA-trendlijn en daarmee op de prognose van de koersontwikkeling. De ongerechtvaardigheid is toetsbaar, daar de gegevens van het bedrijf in de jaren erna beschikbaar zijn.


De grote uitschieter in 1993 veroorzaakt een te grote positieve helling.


Laten we de uitschieter buiten beschouwing dan krijgen we een evenwichtiger voorspelling van de toename in de koersen waarbij de helling van de WpA-trend meer in overeenstemming is met de trendlijn van de omzet, zoals te zien is in figuur 2b.


De uitschieter in 1993 is hier buiten de berekeningen gelaten.


Veel lastiger is het, wanneer uitschieters in de meest recente WpA-waarden voorkomen. In die gevallen moeten we veel meer rekening houden met de achterliggende redenen van die uitschieters. Deze situatie doet zich voor in het huidige economische klimaat. Er is in veel gevallen sprake van een trendbreuk in de K/W-verhoudingen.


Grafiek 3a geeft daar een mooi voorbeeld van. Tot 2000 is er een toename van de WpA van € 0,81 tot € 1,91, maar in 2001 is de WpA € -0,24 waardoor de helling van de WpA-trendlijn sterk negatief wordt.


De uitschieter in 2001 veroorzaakt een grote negatieve helling van de WpA-trendlijn.


Laten we die uitschieter buiten de berekeningen, dan krijgen we grafiek 3b.


De uitschieter in 2001 is buiten de berekeningen gehouden.


Grafiek 3b ziet er wel evenwichtiger uit, maar houdt geen rekening met de onzekere orderportefeuille van deze onderneming. De afname van de omzet in 2002 helpt ook niet mee om de aangegeven groei van de koersen geloofwaardig te vinden. Het is daarom beter om op basis van verwachtingen van het bedrijf, goede analisten e.d. een eigen voorspelling te doen van de WpA- en koerstrend en deze in de plaats  te doen komen van de automatisch berekende en in figuur 3b getekende trends . De Excel-programma’s van CoSA die de NAIC-methode ondersteunen, bieden de mogelijkheid tot het invullen van deze eigen inzichten. Het zijn zelfs onder de huidige moeilijke omstandigheden prima evaluatie-hulpmiddelen om op basis van deze inzichten te komen tot een besluit voor aankoop, houden en verkoop van aandelen.


Samenvatting

De NAIC-methode veronderstelt dat de kerncijfers van een bedrijf elk jaar met ongeveer hetzelfde percentage toenemen. In de grafieken geeft dit waarden die bij benadering op een rechte lijn liggen. Geïsoleerde uitschieters in het verleden hebben veelal een verwaarloosbare invloed, zoals aan de hand van de figuren 1, 2a en 2b  is getoond.


Lastiger, en nu is dat zeer actueel, is een grote uitschieter in de kerncijfers van de recente  jaren. Als het een eenmalig probleem lijkt te zijn, zoals de afschrijving van goodwill in één jaar als gevolg van veranderingen in wetten, dan is het verwaarlozen van het betrokken kerncijfer gerechtvaardigd. In andere gevallen kan dat niet gerechtvaardigd zijn en moet op eigen invulling van een WpA-trend worden afgegaan.


Tot slot


De jaarcijfers t/m 2001 van een groot aantal Nederlandse bedrijven zijn opgeslagen in zogenaamde SSG- (Stock Selection Guide) bestanden op een CoSA-pagina van de website van de NCVB. Deze bestanden zullen na het beschikbaar komen van de jaarcijfers-2002 van de bedrijven geleidelijk worden geactualiseerd. Ook zijn er computerprogramma's, CoFA en FAAM, waarmee de SSG-bestanden zichtbaar kunnen worden gemaakt. Deze SSG-bestanden en de programma’s zijn gratis beschikbaar voor leden van de NCVB vanaf de CoSA-pagina’s.


Voor de toegang is een sleutelwoord nodig. Het sleutelwoord is het epostadres van uw beleggingsstudieclub, indien deze bekend is bij de NCVB. Als uw club geen epostadres aan de NCVB heeft doorgegeven, dan dient dat eerst gedaan te worden.


*) NAIC is de National Association of Investors Corporation, de Amerikaanse zustervereniging van de NCVB.

De web-site van de NAIC is: http://www.better-investing.org


Contact werkgroep-CoSA
Laatst gewijzigd: 6 april 2003

Terug naar de Index op de hoofdpagina