Bedrijfs- en aandeelhouderswaarde.
Eppo Kooi, voorzitter CoSA-werkgroep.
De
in voorgaande artikelen beschreven NAIC-methode probeert op basis van de
beschikbare gegevens zo goed mogelijk de momentane reële waarde van een bedrijf
te berekenen. De aandeelhouder heeft daarmee een hulpmiddel om te bepalen of de
heersende prijs van een aandeel op de beurs, de koers, al of niet redelijk is
in vergelijking met de momentane reële waarde van het bedrijf.
Zoals we, de lezers, weten, fluctueren de koersen, soms zijn ze hoog en op
andere momenten laag. Toch wil het niet zeggen, dat als de koers laag is, die onder
de reële koerswaarde van het bedrijf ligt en het aandeel dus koopwaardig zou
zijn. Het is voor een fundamenteel beleggende aandeelhouder derhalve zeer
belangrijk, dat de reële koerswaarde van een bedrijf, die zo goed mogelijk de
reële waarde van het bedrijf weergeeft, bekend is.
De
NAIC-methode gebruikt de geconsolideerde jaarrekeningen van de bedrijven waarin
de financiële gegevens van alle onderdelen en activiteiten van het bedrijf zijn
verwerkt.
Dit artikel geeft achtergrond informatie over de in voorgaande artikelen beschreven
wijze, waarop de NAIC-methode de aandeelhouder behulpzaam is bij het nemen van
beslissingen over koop, houden of verkopen.
We
gebruiken uit de jaarrekeningen van de laatste vijf à tien boekjaren: de omzet,
de totale nettowinst en per aandeel het eigen vermogen, het dividend en de
winst. De aandeelhouderswaarde heeft dus vooral te maken met de laatst genoemde
drie en de bedrijfswaarde met de eerste twee.
De waarde van een bedrijf.
De NAIC-methode berekent de bedrijfswaarde met behulp van de omzet, de
nettowinst en de groei ervan.
Tot de omzet rekenen we alle inkomsten van het gehele bedrijf door de verkoop
van producten, het leveren van diensten en resultaten van financiële
transacties, w.o. eventuele beleggingen. Het gaat dus om de bruto omzet van
alle onderdelen van een bedrijf te samen.
De netto omzet is de omzet die overblijft na aftrek van alle directe kosten, zoals
inkoop en personeel, die met het realiseren van de bruto omzet te maken hebben.
Op de aldus verkregen netto omzet worden o.m. in mindering gebracht: de
afschrijvingen, de goodwill en de af te dragen belastingen. We houden dan de
nettowinst over.
Omdat we de winstgevendheid of –capaciteit van het bedrijf als geheel willen
beoordelen, gebruiken we de totale nettowinst. We gebruiken hiervoor dus niet
de slechts aan aandeelhouders toe te rekenen winst. Ook wordt de nettowinst
niet gecorrigeerd voor eventuele minderheidsbelangen in andere bedrijven of van
andere bedrijven in het te beoordelen bedrijf.
De
waarde van een bedrijf voor de aandeelhouder.
De momentane waarde van een bedrijf voor de aandeelhouder wordt bepaald door de
momentane handelsprijs van een aandeel, de koers, op de beurs.
De fundamenteel beleggende aandeelhouder wil weten of de koers van het aandeel in
goede verhouding staat tot de momentane reële bedrijfswaarde. Als de koers van
het aandeel laag is ten opzichte van de reële waarde van het aandeel dan loopt
de aandeelhouder weinig risico en zal vroeg of laat de prijs van het aandeel op
de markt stijgen. Anderzijds, als de beurskoers van het aandeel hoog is ten
opzichte van de reële waarde van het aandeel dan loopt de aandeelhouder veel
risico en zal vroeg of laat de koers van het aandeel dalen.
De
fundamenteel beleggende aandeelhouder ontvangt dividenden en maakt koerswinst
als hij een aandeel koopt onder de reële waarde van het aandeel en het aandeel
houdt tot de reële waarde van het aandeel is bereikt. Hij zal dan het aandeel
verkopen en op zoek gaan naar aandelen die meer perspectief op koerswinst bieden
en minder risico van koersdaling met zich meebrengen.
Het eigen vermogen per aandeel.
De koper van een product of dienst ontvangt graag waar voor zijn geld. Dat
geldt ook voor de belegger in aandelen en de aandeelhouder die belegt. Elk van
hen hecht op verschillende wijze waarde aan het bezit van aandelen.
De eerste ziet de waarde als opbrengst door koerswinst en dividend t.o.v. het
koopbedrag, het directe rendement op korte termijn.
De fundamenteel beleggende aandeelhouder vindt dat ook, maar heeft meer geduld
en beoordeelt de waarde van het bedrijf tevens als mede-eigenaar. Hij
vergelijkt de opbrengst (koerswinst en dividend) met het aan aandeelhouders toegerekende
eigen vermogen per aandeel en ziet hierin o.a een graadmeter voor de waarde op
langere termijn.
Het dividend per aandeel.
Een deel van de winst kan worden
uitgekeerd aan de aandeelhouders in de vorm van dividend. Het resterende deel
van de winst wordt opzij gezet voor bijvoorbeeld toekomstige uitbreidingen van
het bedrijf of inkoop van eigen aandelen en wordt zichtbaar door de toename van
het eigen vermogen.
De
winst per aandeel.
In de NAIC/SSG-tabel wordt de
zogenoemde “basic winst” per aandeel gebruikt, dus niet de verwaterde versie. De
basic winst per aandeel wordt berekend door de aan aandeelhouders toe te
rekenen winst te delen door het aantal uitstaande aandelen. De programma’s CoFA
en FAAM berekenen de eventuele verwatering door de jaarlijkse procentuele
veranderingen van de nettowinst te vergelijken met die van de winst per
aandeel.