Trends en prognoses van koersen.

Eppo Kooi, voorzitter CoSA-werkgroep.

In voorgaande CoSA-artikelen hebben we beschreven hoe we een oordeel kunnen vormen over de kwaliteit van een bedrijf en het beleid van het management van het bedrijf. We vormen dat oordeel met behulp SSG-cijfers uit de laatste vijf tot tien boekjaren. In de hier getoonde afbeelding van de informatie van het bedrijf XYZ wordt dat grafisch compact samengevat.

ZYXkoerslijnenC.jpg

We constateren dat de trend- en prognoselijnen van de Omzet en de WpA (Winst per Aandeel) aan de eerder besproken evenwijdigheidsvoorwaarde voldoen. Tevens zien we, dat de groeicijfers van de Omzet en WpA behoorlijk betrouwbaar zijn, zulks gezien de geringe afwijkingen van de jaarlijkse Omzet- en WpA-cijfers.

Een trend- of prognoselijn van de koersen gedurende een aantal boekjaren van een bedrijf wordt door twee grootheden bepaald: de helling en de beginwaarde van de lijn.
Uit praktische overweging gebruiken we voor de berekening van de trend- of prognoselijn van de koersen de SSG-cijfers van de laatste vijf boekjaren.

"NAIC" gaat op grond van opgedane ervaring ervan uit, dat de in de laatste boekjaren heersende KoersWinst-verhouding (K/W*), ook zal gelden in de eerstkomende jaren. Dit betekent dat in de direct voorliggende tijd de koersen kunnen worden berekend met de prognosewaarden van de WpA. De ervoor gebruikte formule is:
Koersprognose = K/W* x WpA-prognose.
Uiteraard geldt, dat de prognosewaarden in het eerstvolgende jaar waarschijnlijker zijn dan in latere jaren. Het is daarom belangrijk jaarlijks de SSG-cijfers te actualiseren.

Uit het voorgaande volgt ook, dat de hellingen van de prognoselijnen van de toekomstige hoogste en laagste koersen gelijk aan elkaar zijn en gelijk zijn aan de helling van de prognoselijn van de WpA in de voorliggende jaren.

We moeten vervolgens bepalen welke de beginwaarden zijn van de prognoselijnen van de koersen. Er zijn verschillende in de praktijk gebruikte mogelijkheden, waarvan ik er drie vermeld:

1. Gebruik beginwaarden die gelijk zijn aan de hoogste en laagste koersen van het laatste boekjaar.

2. Gebruik beginwaarden die gelijk zijn aan de gemiddelden van de hoogste en laagste koersen in de laatste vijf boekjaren.

3. Gebruik beginwaarden die aansluiten op de slotwaarden van de regressielijnen door de respectievelijk de hoogste en laagste koersen van de laatste vijf boekjaren.

Bij het getoonde bedrijf XYZ zal de keuze tussen 1,2 of 3 weinig uitmaken, maar in onderstaand grafiekje van een ander bedrijf is duidelijk te zien dat de keuze een duidelijke invloed heeft op de beginwaarden van de prognoselijnen van de koersen en de op grond daarvan berekende koersdoelopbrengsten.

ZYXkoerslijnenC.jpg

In de grafiek is aanpak 3 getekend.

In de jaren, dat door de particuliere belegger nog geen personal computer kon worden gebruikt en de berekeningen met potlood en papier moesten worden uitgevoerd, waren slechts de aanpakken 1 en 2 praktisch uitvoerbaar.
Met de komst en beschikbaarheid van PC's met betaalbare programma's voor rekenwerk, werd aanpak 3 mogelijk en wordt deze daarom nu toegepast.


Laatst gewijzigd: 21mrt11.

Terug naar artikelen over beoordelen van SSG's
Terug naar de Index op de hoofdpagina

De CoSA-pagina's zijn sinds 12okt10 maal bezocht.