Fundamentele analysemethode is veelbelovend!

door drs. H.P.J. Veerman, Bsc Sky High

 

Dit artikel is gepubliceerd in Beter Beleggen van juni 1999 op blzn 19 en 20. De in dit artikel genoemde werkgroep bestaat niet meer, derhalve is het artikel in dat opzicht enigszins gedateerd. Inhoudelijk bevat dit artikel echter uitstekende informatie die ook nu nog geldig is.

Inmiddels is een nieuwe werkgroep gevormd met de naam CoSA, waarvan ook de heer Veerman deel uit maakt. Deze nieuwe werkgroep heeft vergelijkbare doelstellingen en pakt de draad weer op waar de in dit artikel genoemde werkgroep deze heeft achtergelaten.

 

Enkele maanden geleden werd een NCVB-werkgroep opgericht met als doelstelling de fundamentele aandelenselectiemethode van de Amerikaanse zusterorganisatie NAIC binnen de Nederlandse beleggingsstudieclubs meer bekendheid te geven. Hier volgt een verslag van de plannen om dit doel te realiseren en de gemaakte vorderingen.

 

Toen vorig jaar mei in het jubileumnummer van Beter Beleggen de NAIC-methode en dan met name de ‘Stock Selection Guide’ (SSG)  werd behandeld, werd dit binnen onze beleggingsstudieclub met enthousiasme begroet. Het uitstekende artikel van drs. W.F. van Moosel bracht eindelijk een relatief eenvoudige methode onder de aandacht die de belegger niet alleen de mogelijkheid biedt goede fondsen van mindere fondsen te onderscheiden, maar tevens een indicatie geeft omtrent de prijs die voor het aandeel betaald zou moeten worden. Zo komt fundamentele analyse binnen het bereik van de niet-professionele belegger. De degelijk onderbouwde besluitvorming die deze methode biedt, dat is waar het in beleggingsstudieclubs om zou moeten draaien. Te vaak worden helaas beleggingsbeslissingen op emotionele of andere onduidelijke gronden genomen, hetgeen vaak resulteert in sub-optimale beleggingsresultaten.

 

Direct na het verschijnen van dit artikel werden binnen de beleggingsstudieclubs ‘Sky High’ (staat voor: Study Keeps Your Honest Investments Going Higher) en Icarus door enkele leden de eerste pogingen tot het maken van een SSG-analyse gemaakt. Dat bleek in de praktijk toch meer problemen op te leveren dan aanvankelijk vermoed. Het eerste probleem, het SSG-formulier, werd door Van Moosel zelf opgelost door deze met goedvinden van de NAIC op volle schaal af te beelden, zodat deze eenvoudig te kopiëren was. Het volgende probleem was groter: hoe kom ik van een bedrijf dat ik aan fundamentele gegevens over de afgelopen 10 jaar van een bedrijf. Slechts een minderheid van de jaarverslagen blijkt  fundamentele gegevens tot 10 jaar terug te bevatten. Doorgaans lijken alleen die bedrijven die het de afgelopen 10 jaar bovengemiddeld goed gedaan hebben, zoals AEGON, AHOLD of Heijmans, bereid de belegger van deze informatie te voorzien. Ook een (relatief kostbare) databank als ‘Value Line’ in de VS, die alle fundamentele gegevens over enkele duizenden Amerikaanse bedrijven  beheert, is voor Nederland - voor zover ons bekend - niet aanwezig. Het Jaarboek van de Nederlandse ondernemingen van Tijd Beursmedia gaat helaas slechts 5 jaar terug. Dit is onvoldoende voor het maken van een betrouwbare analyse: wanneer een cyclisch bedrijf net in een vijf jaar durende opwaartse trend zit, kun je zo behoorlijk op het verkeerde been gezet worden! Gelukkig bieden de oude jaargangen, die in de boekenkast van menig belegger zijn terug te vinden, de oplossing. De enige cijfers die in de jaarboeken missen zijn de hoogste en laagste jaarkoersen. Deze hebben we opgezocht in oude jaargangen van het beleggersweekblad Beleggers Belangen.

 

Aan de hand van het artikel in het jubileumnummer was de analyse in principe goed te maken. Toch bekroop ons het gevoel dat wat extra achtergrondinformatie omtrent het waarom van enkele onderdelen van de methode geen kwaad kon. Wat kan bijvoorbeeld het best voor de ‘Recent Severe Market Low Price’ gekozen worden en waarom is deze tamelijk subjectieve parameter belangrijk? Waarom wordt met de ‘buy’, ‘hold’ en ‘sell’ ranges geen rekening gehouden met de rentevoet? Dit soort vragen leidde ertoe dat we besloten het boekje van de NAIC Starting and Running a Profitable Investment Club aan te schaffen. Dit boekje biedt inderdaad nuttige achtergrondinformatie. Overigens geeft ook de SSG Tutorial van Douglas Gerlach op Internet (www.iclubcentral.com) een prima nadere toelichting.

 

De eerste SSG-analyse, die van Numico, kostte met pen en papier al gauw zo’n 4 uur. Tijdrovende zaken waren het rekening houden met aandelen-splits voor een aantal fundamentele gegevens, het terugzoeken in de handleiding wat nu precies hier en daar bedoeld werd, het trekken van een betrouwbare lijn door de punten en het schatten van de historische omzet- en winstgroei met behulp van de groei-hulplijnen.

Het aandeel Numico blijkt op 21 augustus 1998 bij een koers van f 61,80 net in de ‘buy range’ te liggen. Ook het jaarlijks gemiddeld te verwachten rendement voor de komende 5 jaar van 16%, ligt boven onze minimum doelstelling van 15% jaarlijks. Omdat er geen enkele reden is het aandeel Numico niet aan te schaffen (de recente kwartaalcijfers en vooruitzichten waren ook goed) werd besloten bij deze koers tot aanschaf van aandelen Numico over te gaan.  Ook het tweede bedrijf dat bestudeerd werd, Aalberts Industries, blijkt fundamenteel een prima bedrijf met een gemiddelde groei van de winst per aandeel over de laatste 10 jaar van naar schatting zo’n 16%. De prijs van het aandeel op 21 augustus 1998 - f 59,00 - bleek echter te hoog en dientengevolge het te verwachten rendement voor de komende vijf jaar met zo’n 8,5% te laag. Besloten werd daarom het aandeel Aalberts Industries op deze koers niet aan te schaffen. De besluitvorming zoals boven geschetst was natuurlijk veel te kort door de bocht: de SSG analyse dient vergezeld te gaan met een gedegen toekomstevaluatie van het bedrijf, zoals Van Moosel ook aangeeft. Te stellen vragen zijn bijvoorbeeld:

* Wat zijn de toekomstverwachtingen en expansiemogelijkheden voor dit bedrijf?

* Investeert men voldoende en waarin?

* Wat zijn de conjunctuurontwikkelingen van de afzetmarkten?

Desalniettemin lijken beide beleggingsbeslissingen tot nu toe goed uit te pakken, al moet bij deze methode een beleggingshorizon van vijf jaar aangehouden worden.

 

Deze eerste ervaringen met de SSG maken twee dingen duidelijk. Ten eerste, het bijhouden van een aantal fondsen op koopwaardigheid met pen, liniaal en papier is en blijft relatief veel werk. Alhoewel het lijkt dat eerste ervaringen met de SSG-methode met pen en papier voor het goede begrip van de methode aan te raden zijn, kan een computerprogramma of spreadsheet het voor ons aanzienlijk makkelijker maken. Ten tweede zouden de fundamentele gegevens van de laatste 10 jaar beter beschikbaar moeten komen.

 

Met deze zaken in gedachten is de NCVB-werkgroep tot het bevorderen van de fundamentele analyse via de NAIC-methode opgericht. De leden van deze werkgroep besloten zich eerst breed te oriënteren. Zo werd een bijeenkomst georganiseerd met een delegatie van de Belgische zustervereniging VFB, die al enige tijd ervaring heeft met het populariseren van de NAIC methode. Daarnaast reisde één van de leden van de werkgroep naar de VS om de jaarvergadering van de NAIC bij te wonen en met enkele sleutelfiguren van de NAIC te spreken. Belangrijke resultaten van deze oriëntatie waren:

·        Het is de NCVB toegestaan de NAIC-methoden zoals de SSG te gebruiken.

·        Als de methode wordt aangepast of veranderd, mag echter de naam van de NAIC niet meer gevoerd worden.

·        Via de NAIC zijn twee goede softwarepakketten te koop, de ‘Investor’s Toolkit’ en de ‘Stock Analyst’, waarmee deze methode op de PC kan worden gebruikt. Data van Amerikaanse bedrijven in het formaat van deze pakketten zijn van Internet te downloaden.

·        De NAIC staat, net als de VFB, zeer positief tegenover de doelstelling van de werkgroep.

 

Na testen van deze pakketten en onderling beraad kwam de werkgroep tot de conclusie dat het minder wenselijk is zich op deze software te richten. Het zal het draagvlak van deze fundamentele analysemethode in Nederland niet bevorderen, omdat

·        de werkgroep in eerste instantie slechts met een gedeelte van de software aan de slag wil (de SSG) en zo’n groot pakket dan “te zwaar” en relatief duur is;

·        de Engelse taal en terminologie een probleem vormt;

·        de pakketten alsmede de methoden sterk zijn toegespitst op de Amerikaanse markt en situatie. Aanpassingen ten behoeve van de Nederlandse situatie zullen, als ze al plaatsvinden, lang gaan duren en moeizaam zijn, aangezien de maker van het pakket uit de VS komt.

 

Daarnaast zaten we aan enkele aanpassingen van de SSG-methode te denken, zoals:

·        De optie om rekening te houden het effect van de rentevoet op de k/w’s. Momenteel lijken veel aandelen zich in de ‘verkoop’-range op te houden in verband met de historisch lage rentevoet. Als je van mening bent dat dit verschijnsel van (voorlopig) blijvende aard is, is het wenselijk voor de lage rente te corrigeren. Eén van de leden van de werkgroep is bezig het effect van de rentevoet op de k/w’s over de afgelopen 20 jaar te onderzoeken.

·        Meer nadruk leggen op de ontwikkeling van de winst per aandeel in plaats van de winst vóór belasting. Met al de tegenwoordige fusies, stockdividenden en optieregelingen voor het management en daardoor aandelenverwatering, is de ontwikkeling van de WPA van groter belang dan de ontwikkeling van de bedrijfswinst.

·        De mogelijkheid te kijken naar langere reeksen dan de 5 en 10 jaar die de SSG toepast.

·        Het beperken van het aantal alternatieven om een minimumkoers te berekenen tot één alternatief.

·        Toevoeging van een ‘checklist’, die de mogelijkheid biedt niet alleen cijfers uit het verleden te onderzoeken, maar ook een hulpmiddel biedt bij andere noodzakelijke onderzoeken en overwegingen zoals het niveau en soort van investeringen, omvang van orderportefeuilles, macro-economische ontwikkelingen, concurrentiepositie, etc.

 

Omdat de ontwikkeling van een eigen software-pakket een tamelijk langdurige geschiedenis is (maar niet onmogelijk: de VFB heeft dit pad bewandeld), is besloten te starten met een model opgebouwd in het spreadsheet-formaat van Microsoft Excel. Zodra dit gereed is leest u daar meer over. Het zal nog een hele klus worden om de data te verkrijgen. De werkgroep zal zich in eerste instantie richten op de AEX- en AMX-fondsen.

Of er later nog een software pakket ontwikkeld wordt en of ook financiële databanken informatie zullen gaan leveren zal van de belangstelling  voor deze methode gaan afhangen.


Contact werkgroep-CoSA

Laatst gewijzigd: 21 augustus 2002

Terug naar de Index op de hoofdpagina