BETER
BELEGGEN MET DE NAIC-METHODE
HOE SELECTEREN WIJ ONZE AANDELEN?
Dit artikel is in het tijdschrift “Beter Beleggen”
door de NCVB gepubliceerd.
Waarin gaan wij beleggen? Waarom kiezen wij voor een bepaald aandeel? Hoe komen wij tot een besluit? Als beleggingsstudieclub en/of privé? Ik kan mij voorstellen dat er verschillen bestaan tussen hoe u op de bsc en hoe u privé te werk gaat. Om maar enkele verschillen te noemen: de meeste bsc’s beleggen voor een korte termijn. Dat betekent: tevreden zijn met betrekkelijke geringe winsten, want winstneming noodzaakt de clubleden tot nieuwe activiteit. Privé belegt men vaak voor (middel)lange termijn, de echte traders daargelaten. Verder is in bsc-verband de besluitvorming een democratisch gebeuren: er wordt immers bij meerderheid beslist. Privé besluit u gewoon zelf.
Door het in het maart-nummer besproken boek De
100 beste aandelen ter wereld (ISBN 90-802601-4-2), geschreven door twee
ter zake kundige Belgen, Luc van den Borre en Geert Wellens, kwam ik op het
spoor van de zogenaamde NAICmethode. “NAIC” staat voor National Association
of Investment Clubs, onze zusterorganisatie in de Verenigde Staten. Mijn
nieuwsgierigheid en interesse waren gewekt, omdat ik niets van de NAIC methode
af wist. Bij nader onderzoek bleek mij ook dat deze selectiemethodiek, die in
het begin van de jaren vijftig al is ontwikkeld, hier in Nederland niet of
nauwelijks bekend is. Ik heb via ons NCVB-secretariaat contact gezocht met de
NAIC en de Belgische VFB, de Vlaamse Federatie van Beleggingsclubs en
Beleggers. Ik ben inmiddels zoveel wijzer geworden over deze fundamentele-analysemethode,
dat ik van mening ben dat het voor geïnteresseerden in beleggen van belang is
om er op zijn minst kennis van te nemen. Toepassing in bsc-verband is misschien
vers twee, maar wel degelijk mogelijk. In privé-opzicht is het in elk geval
zeker het overwegen waard, gezien de door gebruikers gerapporteerde resultaten:
al tientallen jaren klopt men in de VS met een score van 70% de Standard
& Poors 500-index! Bij goede toepassing ligt een verdubbeling van de
koers in vijf jaar ruimschoots binnen ieders bereik. Bij deze dank ik niet
alleen onze Amerikaanse, maar vooral ook onze Belgische beleggingsvrienden uit
bovengenoemde organisaties voor het ter beschikking stellen van de informatie
die ik in het onderstaande heb verwerkt.
• Het betreft een fundamentele analysestrategie;
er wordt gebruik gemaakt van een aantal gegevens uit de jaarstukken. Het is
geen technische analyse!
• Hij is bestemd voor (middel)lange-termijnbeleggers.
• Hij is niet ontworpen om cyclische aandelen op
te kunnen sporen.
• Het opsporen van koopwaardige groeiaandelen.
• Deze aandelen moeten de potentie hebben in
vijf jaar tijd in koers te kunnen verdubbelen.
• Het bepalen van de koers waartegen het best
kan worden gekocht.

De basis van de NAIC-methodiek is het verleden,
op basis waarvan een projectie in de toekomst wordt gemaakt. Zeg maar: het
verleden doortrekken, extrapoleren. De NAIC stelt het zo: 1f a company’s management have produced
consistent growth for five to ten years, there is a strong probability that
such growth will continue into the future.
Al met al is dat nogal wat! Kan dat allemaal de genoemde
hoge scoringskans van 70% opleveren? Naar de praktijk te oordelen kennelijk
wel. Is het dan niet zo dat het verslaan van indices in het verleden geen
enkele garantie geeft dat dit in de toekomst weer zal lukken? Natuurlijk is
die garantie er niet. Toch is er een grote waarschijnlijkheid van kennelijk ver
boven de 50%. Dat is gewoon de praktijk, zeggen onze Amerikaanse beleggingsvrienden.
De NAIC-methode is geen kristallen bol, waaraan u
bij een blik daarop de nodige zekerheden over de toekomst kunt ontlenen. De
ervaring leert dat hij een effectief hulpmiddel hij uw aandelenselectie is. U
moet er gewoon in geloven! En hem toepassen. Natuurlijk kent het systeem naast
sterke punten ook beperkingen én.. u zult ook, zoals u verderop zult zien, uw
eigen en dus subjectieve oordeel eraan moeten toevoegen.
Er moeten vijf stappen worden
genomen en er komen twee formulieren aan te pas: het eerste formulier (fig. 1a)
gebruikt u bij de eerste stap en het tweede formulier (fig. 1b) dient ter
invulling van gegevens die u nodig hebt voor de stappen twee tot en met vijf.
We noemen eerst de stappen en lopen ze daarna in detail door. De daarbij te
hanteren formulieren komen vanzelf ter sprake.
Stap 1: Dat
is de visuele analyse van de onderneming die we op de korrel nemen. We
verzamelen enkele gegevens uit het laatst verschenen historische overzicht uit
(veelal) de jaarstukken en zetten die in een grafiek.
We schatten ook de toekomstige ontwikkeling van deze gegevens en projecteren die in dezelfde grafiek.
Stap 2: We
beoordelen vervolgens het management aan de hand van twee verhoudingsgetallen:
de winstmarge en het rendement op het eigen vermogen (REV).
Stap 3: We
berekenen vervolgens de koers winst verhouding.
Stap 4: We bepalen de verhouding van stijgingskans en verlieskans voor
de komende vijf jaar om te bepalen of het aandeel al of niet koopwaardig is.
Stap
5: Tenslotte maken we een schatting van de totale (over
vijf komende jaren) en gemiddelde koersontwikkeling per jaar. Na deze
stappen zullen wij ons beleggingsbesluit weloverwogen kunnen nemen.
De bron voor deze fundamentele-analysetechniek
wordt gevormd door de jaarstukken, zowel het tekstuele als het cijfermatige
gedeelte. Om verwarring en mogelijke onduidelijkheden te voorkomen is het
verstandig als u zich voor deze analyse zoveel mogelijk houdt aan een en dezelfde
bron. Jaarstukken kunt u aanvragen hij uw bank, commissionair of bij de
onderneming zelf.
Daarnaast is verdere achtergrondkennis van het
brancheterrein en van nationale en internationale macro-economische grootheden
een nuttige aanvulling.
Het bespaart u tijd van steeds weer opnieuw opzoeken
als u vooraf een aantal gegevens op een werkblad noteert. U kunt het
best zogenaamd kolommenpapier nemen of anders een vel papier waarop u tien
kolommen trekt. Als koppen vermeldt u de tien reeds verschenen hoekjaren. Verticaal
zet u in de eerste kolom de volgende basis-gegevens: omzet, winst per aandeel,
hoogste koers, laagste koers, nettowinst, belastingen, netto winst +
belastingen, eigen vermogen en dividend. U vult aan de hand van de jaarstukken
nu de bedragen in.

Alleen van het laatst bekende boekjaar noteert u
de gegevens van het gewone aandelenkapitaal, prioriteits- en preferent
aandelenkapitaal, de schulden op lange termijn en het balanstotaal.
Verder is het verstandig om bij het verzamelen en
beschouwen van de cijfers zich er steeds rekenenschap van te geven waarom
cijfers stijgen, er uitschieters naar beneden of boven zijn. Wat zijn de
oorzaken daarvan geweest? Dit is veelal terug
te vinden in de tekst van de jaarstukken of andere
financieel-economische informatie.
We gaan nu stappen!
(Zie figuur 1a hierboven)
Rechtsboven vult u in de ondernemingsnaam, de datum
van opmaak, de naam van de samensteller, de informatiebron, de beurs (of
beurzen) waar het aandeel wordt verhandeld en de hoofdactiviteit van de
onderneming.
Er worden dan — en dat is niet onbelangrijk —enige
gegevens gevraagd over de kapitalisatie, de vermogensopbouw; ook het preferent
aandelenkapitaal (voor zover aanwezig) wordt gevraagd. Het gewoon
aandelenkapitaal kunt u hier eveneens invullen in bedragen en in procenten verdeeld
over — indien bekend — in handen van bijvoorbeeld directie, staf en personeel
en daarnaast in handen van institutionele beleggers. De rest is dan de
zogenaamde freefloat, het percentage van het totale aandelenkapitaal dat
verhandelbaar is op de beurs. Dan komen de schulden aan de beurt, de
lange-termijnschulden wel te verstaan. ‘Welk deel maken deze uit van het
balanstotaal? Potential dilution in procenten slaat op kapitaalverwatering
tengevolge van mogelijk aangekondigde aandelenuitgifte.
Bovenvermelde gegevens kunt u terugvinden in de
jaarstukken onder de balanscijfers en de toelichting daarop. Ze zijn niet
onbelangrijk, zeker niet voor zover ze slaan op de solvabiliteit van de
onderneming. Als u het formulier gaat vertalen naar Nederlands
jaarstukkenjargon, kunt u naar eigen inzicht die kop eventueel aanvullen met en
of wijzigen in andere relevante informatie. In principe geldt dat ook voor de
volgende stappen. Links boven in de grafiek worden we uitgenodigd omzetcijfers
en winst per aandeel in te vullen over het laatste kwartaal en over het
kwartaal van het jaar daarvoor, en de berekening van het procentuele verschil,
plus of min te noteren. Hiervoor zult u de kwartaalberichten of halfjaarstukken
(als die worden gepubliceerd) dienen te raadplegen.
A. Welke gegevens hebben we nodig?
We hebben, zoals gezegd, daarbij jaarstukken
nodig. Het mogen uiteraard ook halfjaarstukken of kwartaalstukken zijn. Maar
meestal vindt u alleen in de jaarstukken een vijf- of tienjarig historisch
overzicht met de belangrijkste ondernemingsgegevens (zoals balans en winst- en
verliesrekening).
Noteert u daaruit de jaarcijfers over de laatste
tien jaar (indien niet anders mogelijk in elk geval over de laatste vijf jaar)
van de:
• omzet
• winst
per aandeel (wpa)
• hoogste
koersen (hk)
• laagste
koersen (lk)
We lopen deze gegevens even door: wat betekenen
ze, hoe berekenen we die en waar treffen we ze aan?
De omzet - De omzet geeft de totale waarde
aan van de in een bepaald jaar gevoerde bedrijfsactiviteiten. Of dit nu een
gefactureerde dan wel een geproduceerde of opgeleverde omzet, inclusief of exclusief
BTW is, is irrelevant. Dit wordt wel van belang hij onderlinge
(branche)vergelijkingen. Het omzetbedrag vormt meestal geen probleem en is
gemakkelijk te vinden. Zie de winst- en verliesrekening.
De winst per aandeel - Dit is het nettowinstbedrag per
dat per nominaal aandeel ter beschikking van de aandeelhouder staat. Het
nettowinstbedrag wordt daartoe gedeeld door het aantal geplaatste gewone
aandelen. Het begrip wordt meestal afgekort aangegeven met wpa.
Hoe de winst is samengesteld, laten we in het
midden. We nemen aan dat de betreffende onderneming in de loop van die tien
jaar een consistente wijze van samenstellen van de jaarcijfers heeft gekend en
er geen systeemwijziging heeft plaatsgevonden.
Wilt u ondernemingen vergelijken, dan is veel
voorzichtigheid geboden in verband met verschillen van bijvoorbeeld
opvattingen over afschrijvingen of goodwill. In het algemeen is dit
vergelijken zelfs af te raden zolang er nog geen uniforme rapportage verplicht
is gesteld.
De koersen - De koersen representeren de
waarden die beurspartijen op gegeven momenten aan een aandeel in de
onderneming toekennen. Vaak staan deze ook in het historisch overzicht vermeld.
Zo niet, dan kunt u ze opvragen bij uw bank, commissionair of de onderneming
zelf.
B. Het
grafische gedeelte van figuur 1a
Dit papier heeft een semi-logaritmische schaalindeling
en werd ons ter beschikking gesteld door de NAIC.
De verticale lijnen, die loodrecht op de (horizontale)
X-as staan, zijn de jaarlijnen. Daartussen treft u een normale, gelijkmatige
verdeling aan. We gebruiken die voor de jaren. U kunt er vijftien jaar op
kwijt: de eerste tien jaar voor de historische bedragen en de laatste vijf
voor de te projecteren toekomstige groei.
De horizontale lijnen op de (verticale)
Y-as geven een heel andere, namelijk logaritmische indeling weer. We hebben die
nodig om de onderlinge verschillen tussen de noteringen van de onder A genoemde
vier grootheden over de verschillende jaren in hun juiste verhoudingen te
plaatsen.
Een voorbeeld: als de omzet in een jaar 100 is en het jaar daarop 120, dus 20 eenheden hoger, dan betekent dat een stijging van 20%. Is de omzet in enig jaar daarna 400 en daarna 480, dus 80 eenheden meer, is ook dan de omzet met 20% toegenomen. Als u dat op normaal ruitjes- of millimeter-papier wilt uitbeelden, krijgt u een optisch vertekend beeld: het lijkt alsof de omzet enorm is toegenomen. Procentueel is dat niet zo. Het is en blijft net als in de jaren daarvoor 20%! Om dit optisch bedrog te vermijden, bestaat er zogenaamd (semi-)logaritmisch papier: aan één zijde (vandaar het woordje ‘semi’) is een logaritmische schaal afgedrukt, die op de beschreven wijze de onderlinge verhoudingen procentueel juist visualiseert.
U ziet op de figuur la dat op het semi-log papier
uiterst links de horizontale lijnen vanaf 1 tot en met 3 in tien lijnen zijn
verdeeld. Dat geldt ook voor het gedeelte boven de horizontale lijn 10 (het
bovenste deel van de grafiek): 10 tot en met 30. De waarde van elke lijn is dus
1.
Van de vierde tot en met de negende lijn ziet u
per getal vijf lijnen. Ook in het bovenste gedeelte, van 40 tot en met 90 van
het blad. De waarde van elke lijn is hier 2.
Dit zijn de zes lijnen die u vanuit de linkerhoek ziet lopen naar de rechterkant van uw papier. Dat aantal is meestal voldoende. De lijnen laten stijgingspercentages zien van 5,10, 15, 20, 25 en 30 procent. U hebt ze nodig voor de bepaling van de groeipercentages (zie verderop).
Als u geen gebruik maakt van een kopie van figuur
la op A4-formaat, kunt u natuurlijk ook bij de betere boekhandel een blokje
semi-logaritmisch papier kopen of dat bestellen bij Drukkerij Mercurius te
Wormerveer. De indeling - de waarde per
horizontale lijn - is iets anders, maar het principe is hetzelfde: de
onderlinge verschillen worden procentueel juist weergegeven. Op het NAIC-papier
kunt u vijftien jaar kwijt, op het Mercurius-papier vijfentwintig, maar zoveel
heeft u niet nodig.
Wat de procent-groeilijnen betreft, die zult u op
het Mercurius semi-log papier zelf moeten trekken vanuit de uiterste hoek,
vanaf 1 links onderaan. Deze worden namelijk berekend aan de hand van de
samengestelde-interesttabel. In dit geval gaat het erom te bepalen wat de
eindwaarde van 1 is na vijftien jaar hij een samengestelde groei-voet van
5,10,15, 20 25 en 30%. Ik geef u de uitkomsten, zodat u die kunt intekenen:
(afgerond)
2,0 - 3,8 - 7,1 - 12,8 - 22,7 - 39,4.
Algemeen
De historische-omzet-, wpa- en koersgetallen gaan
we nu grafisch intekenen. Gebruik voor elk item een andere kleur potlood of
pen, of markeer de lijnen ter onderscheiding van elkaar.
De leesbaarheid wordt gediend door de drie in te
tekenen lijnen niet door elkaar te laten lopen, maar boven elkaar te plaatsen.
U kunt dit bereiken door de gegevens zo nodig eerst met een zelfde factor te
vermenigvuldigen of de komma te verplaatsen. In de praktijk blijkt dit niet
altijd nodig te zijn.
Omzet - Het bedrag van de omzet kunt u
afronden. Tot hoever u moet gaan is aan u ter bepaling en is grotendeels
afhankelijk van de grootte van de bedragen. We gaan er even vanuit dat we de
omzetcijfers in de onderste helft van het blad willen aanbrengen.
Winst per aandeel - Dit gegeven wordt normaal
genoteerd in guldens en centen. Zet u het kommateken daar waar het ‘t best
uitkomt. Vermenigvuldig het bedrag zonodig met een factor. Het gaat om de
onderlinge verhoudingen en niet om de exacte bedragen in dit geval. Teken het
in boven de omzetgegevens.
Koersen - Ook hier zult u wellicht met de
komma moeten schuiven en/of er mogelijk een factor op los moeten laten. Het
hangt er onder meer vanaf hoe groot de onderlinge verschillen tussen hoog en
laag zijn. Op de jaarlijn tekenen we met een dikke verticale streep de
gedurende een jaar geconstateerde verschillen tussen de hoogste en laagste
koers van het betreffende jaar. De hoogte van de lijn geeft u een idee van de
volatiliteit (beweeglijkheid) van het aandeel. Plaats deze verticaal
getekende dikke lijnen boven de wpa-lijn.
D. Het inschatten van de groeitrend
We spreken hierover de historische en de te verwachten
groeitrend, de trendlijnen van de omzet en de winst per aandeel.
Willen we die met een redelijke mate van zuiverheid
kunnen inschatten, dan zal het u duidelijk zijn dat we over een behoorlijk
aantal jaren historische gegevens moeten beschikken. Op zijn minst vijf jaren,
maar bij voorkeur tien. Gebruik hierbij een doorzichtige lineaal.
De toekomstige trendmatige groei baseren we weer
op de groeitrend in het verleden, maar dat komt later aan de orde.
Er zijn verschillende mogelijkheden om een
trendlijn te trekken door historische gegevens die al ingetekend staan op uw grafiek.
Het moet wel een rechte lijn worden. We noemen vier mogelijkheden:
1. De visuele methode. Deze wordt het meest gebruikt en
bestaat hieruit dat u zo op het oog een rechte lijn trekt tussen het midden van
de reeds vastgelegde punten. De pieken en dalen nivelleert u als het ware.
Optisch zit u overal zo ongeveer in het midden van de reeds geplotte gegevens.
2. Depiekmethode. Wanneer de historische gegevens
grote dalen en pieken vertonen, heeft u zeer waarschijnlijk een cyclische
onderneming onderhanden. Trek een lijn van de laatste piek tot de voorlaatste
piek.
3. De middelste-puntmethode Bereken het gemiddelde van de
cijfers over de laatste vijf jaar die u hebt ingetekend. Zet dan het berekende
gemiddelde op het midden van die vijfjaar-periode. Bereken ook het gemiddelde
van de daaraan voorafgaande vijf jaren en plot het gevonden gemiddelde op de
grafiek. Verbindt vervolgens deze twee punten en u hebt de trendlijn.
4. De oppervlakte-methode vormt een andere mogelijkheid.
De ruimten boven de lijn moeten dan gelijk zijn aan de ruimten onder de
trendlijn.
Kies een van bovenstaande methoden. Trek de historische
trendlijn door de reeds verbonden jaarlijkse gegevens van de omzet en de
winst per aandeel.
Meet nu de verticale afstand vanaf de hoek van X en
Y-as, het uiterste punt onder aan links van de grafiek tot aan het startpunt
van de trendlijn op de Y-as. Zet vervolgens diezelfde afstand uit vanaf het
einde van de historische trendlijn, maar dan naar beneden op de verticale lijn
van het jaar waarover de laatste gegevens bekend zijn. U kunt nu op deze wijze
de gemiddelde historische (en niet de toekomstige!) groeivoet aflezen
voor de omzet en de wpa. Hoe? Door de procent-groeilijn schuin naar boven te volgen.
De gevonden percentages vullen wij onderaan op het formulier in.
Waarom kunnen we die historische trendlijnen nu
niet doortrekken tot in de volgende vijfjaars-periode? Om de eenvoudige reden
dat nu ons persoonlijk oordeel een bijdrage moet leveren. Formulier 1 kunnen
we helemaal onderaan namelijk pas completeren als we de tweede stap van onze
exercitie hebben gemaakt: de beoordeling van het management.

Dit is het winstpercentage. Het wordt berekend
door de winst vóór belasting te relateren aan de omzet. De formule is: (netto winst
+ belastingen) gedeeld door de omzet, vermenigvuldigd met 100%. U treft de
gegevens hiervoor aan op de winst- en verliesrekening.
U kunt de uitkomsten per jaar invullen in het
staatje van afbeelding 2. Bepaal nu ook het gemiddelde over de laatste vijf
jaar en vul dat in. Als dat gemiddelde lager is dan de winstmarge van het
laatste jaar, dan kunt in de kolom “trend” een naar boven gericht pijltje
tekenen.
Het rendement op het eigen vermogen (REV)
Dit geeft aan de rentabiliteit die de onderneming heeft behaald op het inzetten van het eigen vermogen. De uitwerking is eenvoudig: nettowinst gedeeld door het eigen vermogen, vermenigvuldigd met 100%. We gaan uit van het eigen vermogen per ultimo van het jaar zoals u dat aantreft op de balans. De nettowinst vindt u op de winsten verliesrekening. Dezelfde uitkomst vindt u door de wpa te delen door de boekwaarde per aandeel (dit wordt ook wel het eigen vermogen of de intrinsieke waarde per aandeel genoemd). De berekende ratio’s kunt u invullen en ook hier bepaalt u het rekenkundig gemiddelde over de laatste vijf jaar. Vergelijking hiervan met het laatste jaar kan resulteren in een te noteren pijl naar boven (het laatste jaar is dan hoger dan het vijf-jaars gemiddelde) of naar beneden (het laatste jaar is lager dan het gemiddelde), waarmee u de trend aangeeft.
Vaak
kunt u uitgaan van reeds voor u uitgerekende cijfers (per aandeel) uit het
tienjaars overzicht in de jaarstukken.
Beoordeel nu
2A en 2B. Is het verloop dalend, stabiel of stijgend? Zoek naar de oorzaken
van uitschieters. Vergelijk deze cijfers alleen met branchegenoten indien ze
door een betrouwbare databank worden aangeleverd.
Het
lijkt verstandig dat u zich ook een oordeel vormt over een aantal meer algemene
aspecten. De bronnen waaruit u kunt putten worden gevormd door onder meer
jaarstukken en uw meso- en macro-economische kennis. Hier zijn een aantal
vragen die u zich bijvoorbeeld kunt stellen:
• Is
het waarschijnlijk dat de groeivoet uit het verleden zich in de toekomst zal
voortzetten?
• Zullen
de stijgingen van de winstmarge en de REV zich vertalen in een stijging van de
wpa?
• Komen
er nieuwe producten of andere gebruiksmogelijkheden voor bestaande producten?
Hoe zit het met de research- en ontwikkelingsafdeling? Wat komt daar uit?
• Zijn
er verdere nationale en of internationale omzet-expansiemogelijkheden?
• Voert
men een acquisitiebeleid? In welke richting?
• Is
de onderneming kapitaalintensief en wat voor effect heeft dit gezien te
verwachten macro-economische ontwikkelingen?
• Idem
indien de onderneming arbeidsintensief is gezien te verwachten
loonontwikkelingen?
• Idem
hij valutagevoeligheid?
• Hoe
is het gesteld met nog een aantal andere belangrijke verhoudingsgetallen, zoals
de gearing, solvabiliteit, rentelastdekking, current ratio, cash flow,
gemiddelde incassoperiode, return on investment, toegevoegde waarde,
vermogensomloopsnelheid? In het verleden en in de nabije toekomst (vijf jaar)?
• Investeert
men voldoende en waarin?
• Achtergrond
en capaciteiten van de huidige directie en raad van commissarissen?
• Is
de omzetgroei een gevolg van zelfstandige (autonome) groei en/of van eventueel
gedane acquisities? Hoe ligt die verhouding? Speelden valutawijzigingen ook een
rol?
We
gaan nu de trendljnen voor de omzet en de wpa voor de komende
vijfjaren op de grafiek van figuur la tekenen. Toch vooraf nog dit:
• Stelt
u zich gematigd op ten aanzien van deze projecties.
• Schat
eerst de toekomstige omzet in, daarna pas de wpa. De wpa heeft veel te maken
met de omzet.
• Een groeivoet van meer dan 20% is niet realistisch.
Ook 15% is al veel om elk jaar vol te houden.
• Laat de wpa in de regel niet sterker stijgen
dan de omzet.
• Kijk naar het verleden; een hogere toekomstige
winstmarge is mogelijk riskant.
Bepaal nu de door u haalbare geachte
groeipercentages voor de omzet en
de wpa.
U gaat verder als volgt te werk:
1. Trek vanaf het laatste omzet-, respectievelijk wpa-gegeven
op de laatste jaarlijn langs diezelfde jaarlijn verticaal een lijn naar beneden
tot aan het door u reëel geachte groeipercentage (procent groeilijn). Meet die
afstand.
2. Trek een denkbeeldige lijn schuin naar boven
langs die procentgroeilijn naar de rechter kantlijn. We gaan als het ware een
parallellogram maken.
3. Op die uiterst rechtse kantlijn tekenen we vervolgens
de onder punt 1 gemeten afstand weer loodrecht omhoog af.
4. Om het parallellogram (of de ruit zo u wilt)
volledig te krijgen, verbinden we dat punt weer met het uitgangspunt: het
(laatste) gegeven van de omzet en wpa van het laatst bekende jaar. Deze
bovenste lijn is dan de toekomstige trendlijn.
De gevonden percentages zijn nu in te vullen onderaan
op formulier 1.
De absolute, numerieke grootte van omzet en wpa
kan nu ook worden bepaald. Vermenigvuldig hiertoe het laatst bekende gegeven
met honderd plus het groeipercentage. De gevonden waarden kunt u eventueel
uiterst rechts in de marge vermelden.

Deze stap laat u de onderlinge verhouding zien
tussen koers, winst en dividend.
De koers/winstverhouding (kolommen A t/m/
E) zegt ons iets over de waardering van het aandeel. Hoeveel maal de winst
heeft men over voor één aandeel? Welke winst? Normaal gebruikt men hiervoor de
geschatte winst per ultimo van het lopend jaar. In de NAIC methode: de HK en LK
gedeeld door de wpa. Alleen bij punt 9 van deze afbeelding 3 moet u de
geschatte wpa van het lopend jaar nemen en de huidige, actuele koers. Echte
groeiaandelen kennen vrijwel altijd een hogere k/w-verhouding dan het
beursgemiddelde. Men wil er meer voor betalen. Zitten we in een zogenaamde bear
market, dan zijn de k/w-verhoudingen van groei-aandelen ook vaak lager.
Een goed moment om ze te kopen.
Het payout percentage (kolom G). Dit is het
percentage van de nettowinst dat aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd. Er
zijn ook ondernemingen die geen winst uitkeren, maar de winsten in de
onderneming laten. De aandeelhouders krijgen dan hun beloning in de vorm van
een koersstijging als deze ingehouden winsten nuttig worden aangewend.
Formule: het uitgekeerde dividend gedeeld door de nettowinst per aandeel,
vermenigvuldigd met honderd procent.
Het dividendrendement (kolom H) is niet
anders dan wat men ook wel pleegt te noemen de ‘yield’.
De formule luidt: het dividendbedrag delen door de
koers van het aandeel en vermenigvuldigen met l00%. Het is een maatstaf die u
kunt gebruiken ter vergelijking met bijvoorbeeld wat de opbrengst is van uw
investering in een andere onderneming of een ander beleggingsproduct, zoals
een obligatie.
De kolommen, die over de laatste vijf jaar moeten
worden ingevuld spreken voor zichzelf. Voor alle zekerheid:
A en B: hoogste en laagste koersen;
C: de winst per aandeel;
D en E: de koers winstverhouding: C relateren aan
A en B;
F: dividendbedrag per aandeel;
G: het payout-percentage;
H: dividendrendement gerelateerd aan de laagste
koers van het jaar.
Vervolgens berekent u de som van de kolommen B,D,E
en G, waarna het gemiddelde (:5) valt te becijferen. De gemiddelde
k/w-verhouding {(D7 +E7): 2} en de actuele k/w-ratio (raadpleeg hiervoor uw
financiële pagina of een beleggingsperiodiek) zijn ook in te vullen.
Bekijkt u het geheel nu nog eens. Deze stap geeft
u historische info over de koersontwikkeling en de volatiliteit
(beweeglijkheid). Is de onderneming erin geslaagd de wpa in de onderhavige
vijf jaar te verdubbelen? Een goed teken is bijvoorbeeld wanneer de k/w-ratio
redelijk stabiel is of zelfs opgelopen. Over het algemeen is het zo dat echte
groei-ondernemingen geen hoge pay-outratios kennen. Rendementsaandelen
daarentegen juist weer wel.

Een belangrijk gedeelte uit de NAIC-strategie. We
gaan namelijk inschatten hoe het koersverloop voor de komende vijf jaren zal
zijn wanneer we het onderzochte aandeel moeten kopen respectievelijk verkopen.
Ook bepalen we een neutrale, houden zone. Is het aandeel misschien
overgewaardeerd en moeten we het links laten liggen?
De afweging van het daarbij te
lopen risico van verkeerd handelen met daar tegenover de mogelijk te behalen
winstopbrengst is een cruciale. De juiste inschatting van de koerswinst risico
ratio van reeds aangeschafte aandelen is van groot belang. We gaan als volgt
te werk:
A — We berekenen eerst de hoogste koers voor de komende vijf jaar. Dat
doen we door de k/w-ratio (uit de stap 3, 7D) te vermenigvuldigen met de geschatte
gemiddeld hoogste wpa (af te lezen op de linkerschaal van figuur la).
Indien u het gevoel hebt dat er echt plaats is
voor een hogere of lagere wpa aan het einde van de komende vijf jaar, hoeft u
niet rigide vast te houden aan de koers op het einde van de geprojecteerde
groeilijn.
Bedenk overigens wel, dat de k/w-ratio op zich al
een bepaalde winstverwachting impliceert! Beoordeel of de berekende hoogste
koers nog steeds reëel geacht kan worden. Zeker als de k/w verhouding
significant uitkomt boven wpa-groeivoet. Pas de k/w-groei dan aan.
B (a) - We doen hetzelfde
als hierboven voor de raming van de bodemkoers.
De laagst te verwachten k/w-verhouding vermenigvuldigen
we dan met de geschatte gemiddeld laagste wpa (in principe is deze eenvoudigweg
af te lezen aan het eind van het tiende jaar op de linkerschaal van figuur
la).
Maar net als onder A moeten wij ook hier ons verstand
gebruiken en even nadenken! Van belang kan in dit verband bijvoorbeeld zijn of
er een converteerbare obligatielening loopt, die tot een verhoging van het
aandelenkapitaal kan leiden of optierechten te gelde kunnen worden gemaakt.
Deze methode is min of meer op het lijf geschreven
voor echte groeiondernemingen
Er zijn ten aanzien van de geschatte laagste wpa
ook nog enkele andere toepassingen denkbaar:
Een andere mogelijkheid is dat we uitgaan van de
gemiddelde laagste koers van de laatste vijf jaar en aannemen dat dat tevens de
laagste koers van de komende vijf jaar zal zijn (zie het overzicht uit stap 3).
Vooral toepasbaar bij meer cyclische waarden. Ook kan de allerlaagste koers uit
hetzelfde rijtje worden gekozen. Alleen is dat wel erg extreem. Mogelijk eerder
iets om te hanteren bij zeer conjunctuurgevoelige aandelen.
Tenslotte kan ook eventueel gewerkt worden vanuit
de vraag: welke koers past bij een bepaalde dividendhoogte? Er zijn
ondernemingen die zelden of nooit bewust hun dividend verlagen. Mogelijk is dit
eerder een argument voor zogenaamde rendementsaandelen dan dat het zou moeten
worden gehanteerd bij groei-aandelen.
(b) - De gemiddelde laagste koers van de afgelopen vijf jaar vinden we onder
stap 3B7.
(c) - De laagste koers halen we uit de kolom van stap 3B, tenzij er
bijvoorbeeld in het jaar daarvóór door algemene conjuncturele omstandigheden
een nog lagere koers was.
(d) — Deel het
huidige (laatste) dividend door het hoogst genoteerde
dividendrendementspercentage uit kolom 3H. Vermenigvuldig de uitkomst met 100
en u vindt hiermee een uitkomst waarvan het nut meer van belang is bij
rendementsaandelen dan hij groeiaandelen. Met een wat hoger dividendrendement
trekt men vaak een andere categorie beleggers aan.
De laagst gekozen koersraming treft u aan onder
stap 4B(a).
C - We komen nu toe aan de zone-bepaling. We gaan
drie koerszones bepalen: een koopzone, een verkoopzone en een
neutrale/hold-zone. Dat gaat als volgt:
De voorspelde laagste koers (zie 4B) trekken we af
van de toekomstige hoogste koers (zie 4A) en deze uitkomst delen we door drie,
omdat we drie zones onderscheiden. Met dit resultaat, de koerszonebreedte, doen
we het volgende:
Om de koopzone te bepalen tellen we dit resultaat
op bij de voorspelde laagste koers. Onder die koers kunnen we kopen.
De verkoopzone bepalen we door het resultaat af te trekken van de voorspelde hoogste koers. Boven die koers bevindt zich de verkoopzone.
Tussen die twee waarden bevindt zich dan uiteraard
de neutrale, de “hold”zone.
Voorbeeld: voorspelde hoogste koers: 79,-, voorspelde laagste koers: 25,50. Het verschil van 53,50 delen we door 3. Het resultaat is 17,83.
De koopzone begint onder 25,50 + 17,83 = 43,33. De
verkoopzone boven 79,- min 17,83 = 61,16.
De neutrale zone ligt tussen de koerswaarden 43,33 en 61,16.
U kunt nu aan de hand van de huidige koers ook
bepalen in welke zone het aandeel ligt. Indien de actuele koers 34.60 is, is
het aandeel dus koopwaardig.
D — De
NAIC-methode wil nu vervolgens wat zij noemen de upside/downside-ratio gaan
berekenen. Zij wil hiermee de vraag beantwoorden: hoe verhoudt zich
de koerssttjgingskans ten opzichte van de kans (het risico), dat de koers juist
zal gaan dalen. Het doel is u met deze koersstijgingskansratio het gevoel
te geven dat het te nemen risico om te kopen acceptabel is. Immers:
uiteindelijk wilt u het liefst kopen op de laagst mogelijke koers in de
koopzone. Maar helaas, er gaat geen bel! De NAIC beveelt daarom aan een ratio
van tenminste drie aan te houden. Dat wil zeggen dat de kans op een
koersstijging minstens drie keer zo groot moet zijn als de kans op een
koersdaling.
Een
voorbeeld ter verduidelijking:
Voorspelde
hoogste koers: 79.-, voorspelde laagste koers: 25,50. De huidige koers is
34,60 (en ligt daarmee in de koopzone).
Stap 1:
Het verschil tussen de voorspelde hoogste koers en de actuele koers is 79,-
minus 34,60 is 44,40. Dit komt in de teller van de breuk te staan.
Stap 2: Het verschil tussen de actuele koers en de
voorziene laagste koers is 34.60 minus 25,50 is 9,10. Dit is de noemer.
Stap 3: De breuk werken we verder uit: deel
44,40 door 9,10. De uitkomst is afgerond 4,9. Dat is dan de geschatte koersstijgings/risicoverhouding.
De berekende 4,9 is duidelijk hoger dan de geadviseerde ratio van (minstens)
drie. De kans dat de koers zal gaan oplopen is dus 4,9 zo groot als de kans op
een koersdaling. Dat ziet er theoretisch goed uit en het aandeel is ook van die
hoek uit gezien koopwaardig.
NB. Loop uw berekening voor alle
zekerheid nog even na als de ratio abnormaal hoog is. Een te hoge potentiële
koersstijgings/risicoratio indiceert namelijk dat het aandeel voortdurend op
zijn laagste punt in de koopzone zit. Is de voorspelde laagste koers wel
juist geraamd? De lage toekomstige koers beïnvloedt immers in hoge mate de
ratio!
E — We gaan nu de te verwachten
koerswinst berekenen. Over de komende vijf jaar wel te verstaan. Als doel
hebben we ons gesteld een verdubbeling van de koers in vijf jaar, dat wil
zeggen een groei van 100%.
De koersappreciatie berekenen we met behulp van de volgende formule: deel de geschatte hoogste koers door de actuele koers. Vermenigvuldig de uitkomst met 100 en trek van het resultaat 100 af. Dat is de koerspotentie. Bedenk wel dat het gemiddelde jaarlijkse dividend er nog aan toegevoegd mag worden! Zie stap 5.
Voorbeeld:
de geschatte hoogste koers is 79,- en de actuele koers is 34,60. Berekening:
79,-: 34,60 = 2,28 afgerond x 100 = 228 minus 100 = 128%. Dat is het
koerspotentieel van het aandeel over vijf jaar gemeten. Een ruime verdubbeling
in die periode en daarmee zonder meer een koopkandidaat!.Dit kunt u invullen
hij 4E.
Maar
we zijn er nog niet: ook andere criteria moe ten we meenemen hij onze
beslissing. Niet
alleen
hier naar kijken!
STAP 5: SCHATTING VAN KOERS ÉN DIVIDEND OVER VIJF
JAAR

Naast de koerswinst-mogelijkheid
is ook nog van belang de vraag: wat wordt de jaarlijkse groei van de dividendopbrengst?
A. We
staan stil bij het huidig dividendrendement, waarvan de formule reeds in
stap 3 is te vinden. Nota bene: In geval van een tussentijdse dividenduitkering
moet u natuurlijk wel het interim-dividend optellen bij het slotdividend. Het
gevonden percentage vult u in.
B. Wat is nu het gemiddeld
dividendrendement over de komende vijf jaar? We weten het groei-percentage
van de gemiddelde wpa voor de komende vijf jaar (zie afb. 1). We kunnen dus
ook de absolute gemiddelde wpa uitrekenen door uit te gaan van het in stap 3C5
genoemde bedrag. De gemiddelde payout weten we eveneens. Zie nogmaals stap 3.
Vermenigvuldig deze twee gegevens en deel de uitkomst door de actuele
koers. Het gevonden percentage kunt u (afgerond) invullen.
C. De gemiddelde jaarlijkse koersstijging valt nu
ook te berekenen. Deel het bij stap 4 E ingevulde percentage - 128% -door vijf.
Uitkomst: 25,6%. Voeg hier nu aan toe het gemiddelde jaarlijkse dividendpercentage
van 0,9 (zie stap 5B) en u komt op een jaarlijks gemiddelde van 26,5%.
Dit percentage is gebaseerd op de
enkelvoudige groeivoet. Een klein conversietabelletje laat zien dat de toename
op samengestelde basis per jaar dan 18,4% is. Als u bedenkt dat een groei op samengestelde
voet van 14,9% in vijf jaar een verdubbeling van uw investering geeft, zit u
met 18,4% riant boven uw doelstelling.
Bekijk nu nog eens de berekende getallen. Zijn ze redelijk?
Het lijkt verstandig nog enkele
aanverwante zaken door te lopen. Daarna trekken we onze eindconclusie.
Ons doel is immers het opsporen
van een onderneming met kundig management waarvan het aandeel op dit moment
gunstig geprijsd is. Vult u nu onderstaand staatje in met de blik op de komende
vijf jaar:
|
|
Goed Middelmatig Slecht |
|
Management- omzetgroeiprestatie beoordeling winstmarge-groei REV-resultaten Koersverloop HK gedurende 5 jaar LK gedurende 5 jaar
Koersstijgingkans/risicoratio
dividendrendement Totale
opbrengst Andere over- bedrijfstakmogelijkheden wegingen algemene
economische situatie algemene koerstrend kwaliteit van het
aandeel kapitalisatie en
financiering |
|
|
De
conclusies van de verschillende stappen zijn: |
|
|
Stap 1. Visuele analyse De Omzet-trend is De wpa-trend is De koersontwikkeling is Als de omzetontwikkeling omhoog gaat, waaraan is dat dan te danken? Is de koershoogte-trend juist, gezien de omzetontwikkeling? Is de wpa-ontwikkeling juist, gezien de omzetontwikkeling? |
opwaarts,
neerwaarts of trendloos verbeterde
producten |
|
Stap 2. Management beoordeling De
omzettoename wordt jaarlijks
% Wat
zijn achtereenvolgens de te verwachten winst- De REV
loopt van % naar %
Conclusie
te trekken uit deze drie tests |
Kan
dat beter, slechter of is dat redelijk? Is dat boven, onder of gelijk aan 10%? Het
management is goed, slecht of voldoende
en zal in de komende 5 jaar
aan kracht winnen, verliezen of gelijk blijven? |
|
Stap 3. Komende koersontwikkeling
Werd die k/w-verhouding misschien beïnvloed door jaren waarin de ratio
extreem hoog of laag was? Wat wordt voor de komende 5 jaar als er een depressie komt Ten opzichte van de actuele koers betekent dat |
Hoger,
lager of gelijk? de
hoogste koers de laagste koers veel,
weinig of nauwelijks risico. |
|
Stap 4. Toekomstig
koersverloop en risico Test 1: Hoeveel
maal van de afgelopen vijf jaar had het aandeel waarin u wilt beleggen
dezelfde koers als nu? (driemaal uit de vijf is geen goede score!) Test 2: De
koersstijgingkans/risico-ratio tegenover 1 is: Test 3: Kan
een l00% koersstijging binnen 5 jaar worden verwacht? |
Dat is gunstig, normaal of ongunstig en dat betekent,
dat we veel, geen of nauwelijks aandacht moeten schenken aan die vroegere
koers. Ja of nee? Zo ja, wat is dan de gemiddelde jaarlijks
stijging? 20% of meer duidt op conjunctuur -gevoeligheid van het aandeel. |
Meer
algemene, maar daarom niet minder belangrijke vragen die u zich kunt stellen
zijn bijvoorbeeld nog:
Wat zijn
de karakteristieken van het investeringsbeleid?
Wat is de belangrijkste activiteit van de onderneming? Welke plaats bekleedt
die in de betreffende bedrijfstak?
Wat kunt
u zeggen over de conjunctuurgevoeligheid
In het
algemeen: hoe is de verhouding van de aandelen ten opzichte van de
obligatiemarkt
NB. Natuurlijk kunt u voor
de taxaties van de wpa en andere gegevens voor het lopende en volgende jaar ook
best eens steels kijken naar de ramingen van professionele beleggingsanalisten
zoals die worden gepubliceerd in beleggingsperiodieken.
Aan de hand van het bovenstaande
moet u nu in staat zijn een weloverwogen beslissing te nemen.
Als het koers- en
dividendpotentieel voor de komende vijf jaar meer dan 100% bedraagt en de
bijkomende vragen in het algemeen positief beantwoord kunnen worden, dan is het
aandeel koopwaardig.
BEOORDELING VAN DE NAIC-METHODE
• De NAIC-methode biedt een voor iedere belegger
redelijk toegankelijk, gedegen stap-voor-stap-systeem (met hier en daar een
typisch Amerikaans trek je).
• De betrekkelijke eenvoud van het systeem heeft
ook zijn beperkingen: er zijn nog wel enkele relevante ratios (hierboven reeds
genoemd), waaraan men in de berekeningen voorbijgaat. Wel geeft men daar in
principe de ruimte voor in stap 2. Alleen moet men ze dan wel kennen en kunnen
berekenen. (Daar bestaat overigens goede lectuur over, zoals wij eerder
besproken hebben in de rubriek “Beleggingslectuur”.)
• De
NAIC-methode vergt al gauw een halve tot hele dag tijd van voorbereiding om tot
een conclusie te komen. De uitleg en het doorlopen van de twee formulieren op
de vergadering zelf kosten veel tijd, terwijl de ervaring juist is dat men op
clubavonden altijd tijd tekort komt!
• Natuurlijk is de NAIC-methode binnen een bsc best toe te passen: als enkele leden zich ervoor inzetten, mandaat tot aankoop krijgen en summier hun aankoopbeslissing toelichten. In België heeft men clubs opgericht die uitsluitend deze methode hanteren.
• Men is niet verplicht de rit van vijf jaar uit
te zitten. Tussentijds uitstappen is mogelijk, zeker gewenst als een
verkoopsignaal wordt afgegeven. De NAIC beveelt namelijk sterk aan elk kwartaal
opnieuw te evalueren. Ook daar heeft men een bepaalde opzet met formulieren aan
gegeven. Heel degelijk uitgekiend ook weer.
• Voor het bepalen van het juiste aankoopmoment
zou ik toch zeker ook nog wel even de technische analyse willen
raadplegen.
• Er wordt
in stap 3 gewerkt met de k/w-verhouding. De vraag is of niet beter de
koers/cashflow-ratio kan worden gehanteerd.

Al met al is de NAIC-methode bepaald interessant
en het toepassen waard, zeker voor privé-doeleinden! Men kan bij toepassing
hoogstwaarschijnlijk op termijn goed oogsten. Het besteden van tijd aan een
grondige, gestructureerde analyse kan dan best eens een hele nuttige
investering blijken te zijn geweest. Als in clubverband enkele leden zich
willen inzetten, kan deze NAIC-methode ook heilzaam voor het club-vermogen
zijn. Mijns inziens het toepassen waard.
Het (naar grote waarschijnlijkheid) bereiken van een koersverdubbeling in vijf jaar is toch een resultaat om toe te juichen? Als dat bereikt kan worden met een klein dagje lezen, tekenen en rekenen en verder kwartaalsgewijs volgen is dat toch schitterend? Welke Nederlandse beleggingsstudieclub begint ermee?